Hulpmiddelen bij beademing, waarom wel of niet? | ehbocollege.nl

Hulpmiddelen bij beademing, waarom wel of niet?

Hulpmiddelen bij beademing, waarom wel of niet?

za 25-04-2015 | EHBO | Bauke

Doekjes, maskers, ventieltjes, er zijn allerlei hulpmiddelen om te beademen bij reanimatie. Maar zijn ze écht handig?


Dit artikel gaat over beademen bij de basic life support (BLS). Voor de lezers die ALS verlenen, lees het aandachtig, maar het gaat minder over jou.

In de basisopleiding EHBO en bij de cursus basic life support (reanimatie en AED) leer je na 30 compressies 2 beademingen te verlenen. Steevast komen er dan vragen. Is dat wel veilig? Moet het echt? Kun je er geen theedoek tussen doen? En nog meer vragen. Je leert reanimeren zonder hulpmiddelen, maar waarom eigenlijk? Zijn die hulpmiddelen niet onwijs handig?

Beademingsmasker

Er zijn verschillende hulpmiddelen, variërend van een masker tot een doekje. Vervolgens heb je daar ook weer verschillende vormen van. Het masker wordt in de professionele hulpverlening ook gebruikt voor bijvoorbeeld "ballonbeademing". Daarnaast hebben beroepsgroepen die veel met reanimatie in contact komen vaak de hulpmiddelen voor het grijpen. In elke politieauto zie je vaak al het masker op het dashboard liggen.

Kwaliteit van de reanimatie

Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar reanimatie. Zo onderzoekt men ook hoe reanimatievaardigheden het beste blijven hangen. Het klinkt vanzelfsprekend, maar uit een onderzoek in 2005 (Rittenberger et all) blijkt dat de kwaliteit van de reanimatie lager wordt als er extra stappen worden toegevoegd. Het uitpakken, bevestigen en gebruiken van een masker of doekje is duidelijk zo'n stap. De beademingen bleken tot 43% minder effectief, de kwaliteit van de compressies daarna nam ook af.

Overigens, als mensen eenmaal grondig getraind zijn in het gebruik van een pocketmask, blijkt door het gebruik wel het risico op het opblazen van de maag te verkleinen.

Hygiëne en infectiegevaar

Het blijkt dat er grofweg drie redenen zijn waarom mensen niet willen beademen: ze zijn bang het verkeerd te doen, hygiënische redenen of juridische redenen. Die laatste is vooral aanwezig bij hulpverleners uit landen met een Amerikaanse achtergrond.
Uit veel studies blijkt dat het risico op besmetting met HIV en hepatitis zeer klein is. Een iets grotere kans is er op besmetting met TBC, legionella en herpes simplex (koortslip). In een studie waarin 1000 leken-hulpverleners na een reanimatie werden onderzocht, bleek geen enkele hupverlener een besmetting te hebben opgelopen. Dat zegt uiteraard niet dat het niet kán, maar wel dat de kans relatief gering is. Daarnaast bestaat besmetting met TBC en legionella ook als je in een normale situatie dichtbij iemand verkeert.

Kortgezegd, wel of niet met hulpmiddelen reanimeren?

Als je eenmaal geoefend bent: ja, absoluut. Je verkleint het al kleine risico op besmetting. Veiligheid gaat voor bij EHBO, dus leer na het behalen van je diploma gerust hoe je met hulpmiddelen moet beademen.

Bij de basiscursus is het reanimeren met hulpmiddelen niet handig. Beademen blijkt één van de moeilijkste onderdelen van de reanimatie te zijn. Een handeling erbij verkleint het zelfvertrouwen en vergroot de kans op fouten. Leer dus eerst goed te reanimeren zonder hulpmiddelen en ga in de herhalingsopleiding verder met de hulpmiddelen.

Op zoek naar een hulpmiddel en ben je geoefend? Kies dan voor een beademingsdoekje, zoals de faceshields of de kiss of life van laerdal en Ambu. Die kun je aan je sleutels doen en ligt dus letterlijk voor de hand. Vervang het maskertje wel elk jaar of wanneer je het gebruikt hebt.

Werk je in een omgeving waar veel wordt gereanimeerd, maar toch het protocol van de basic life support wordt gebruikt (de normale reanimatie zonder tubes en dergelijke)? Ga je dan specialiseren in het gebruik van de pocketmask.

Leren reanimeren is dus de clou. Eerst van helemaal geen kennis naar geautomatiseerde handelingen en vervolgens finetunen, bijvoorbeeld met een beademingshulpmiddel. Kijk in de kalender voor een reanimatieopleiding!

Bronnen:

Paal, P., Falk, M., Sumann, G., Demetz, F., Beikircher, W. Gruber, E., Ellerton, J., Brugger, H. Comparison of mouth-to-mouth, mouth-to-mask and mouth-to-face-shield ventilation by lay persons. Resuscitation Journal. 2006

Platt, T.E., Guimond, G., Venebles, E., Hostler, D. A randomized trial of four ventilation devices in simulated respiratory arrest. Prehosp Care Res Forum. 2003

Rittenberger, J.C., Guimond, G., Platt, E., Hostler, D. Quality of BLS decreases with increasing resuscitation complexity. Resuscitation Journal. 2005

Russo, S.G., Bollinger, M., Strack, M., Crozier, T.A., Bauer, M., Heuer, J.F. Transfer of airway skills from manikin training to patient: success of ventilation with facemask or LMA-Supreme by medical students. Anaesthesia.2013;

Koster, R.W., Baubin, M.A., Bossaert, L.L. et al, European Resuscitation Council guidelines for resuscitation 2010 Section 2. Adult basic life support and use of automated external defibrillators. Resuscitation. 2010;81:1277–1292


Terug