Fabels en feiten over de AED | ehbocollege.nl

Fabels en feiten over de AED

vr 18-01-2013 | EHBO | Bauke

De AED is een onmisbaar hulpmiddel bij reanimatie. Toch bestaan er nog veel fabels over. In dit artikel 10 van die fabels en vragen en de antwoorden er bij, in begrijpelijk Nederlands.


Wat is een AED en wat doet het?

Een AED is een hulpmiddel dat een onregelmatig bewegend hart door middel van een schok weer kan corrigeren tot een normaal ritme. Een AED wordt gebruikt in combinatie met reanimatie. .

Het hart is opgebouwd uit twee kamers en twee boezems. Aan de ene helft van het hart wordt zuurstofrijk bloed door het lichaam getransporteerd, aan de andere kant zuurstofarm bloed weer langs de longen. De kamers en boezems werken nauw samen. Als de ene samenknijpt, ontspant de ander. Dat is een teer evenwicht dat wordt geregeld door elektrische stroompjes die door het lichaam lopen. Uiteindelijk ontstaat er een “hartritme”, het resultaat van samenwerking tussen kamers, boezems en kleppen.

Dat ritme kan worden verstoord door verschillende oorzaken. In plaats van regelmatig kloppen of pompen, beweegt het hart onregelmatig in de borstkas. Het bloed in het hart wordt daardoor niet door het lichaam gepompt, maar blijft stil in het hart staan. Dat onregelmatig trillen wordt ook wel “fibrilleren” genoemd. Een fibrillerend hart is een van de meest voorkomende stoornissen in de werking van het hart, nog meer dan hartstilstand.

AED staat voor “Automatische externe defibrillator”. Met andere woorden, een intelligent apparaat dat aan de buitenzijde van het lichaam kan worden aangesloten. Het corrigeert een fibrillerend hart en leert het weer een normaal ritme aan.

Een AED werkt, net als het lichaam, met elektriciteit. De AED geeft een schok af aan het hart. Die schok heeft een bepaalde vorm en een bepaald ritme. Het automatische van de AED schuilt er in dat een AED zelf kan bepalen of, wanneer, hoeveel, hoe zwaar en in welke vorm schokken moeten worden gegeven. De bedienaar van de AED moet alleen weten hoe het apparaat veilig aan te sluiten en de schok toe te dienen.

Wanneer gebruik je een AED?

Een AED gebruik je bij de minste aanleiding. Dat klinkt vaag. Je kunt van de buitenkant niet zien of een hart fibrilleert, alleen de AED kan dit meten. Je kunt dus beter een AED toepassen en deze uiteindelijk niet nodig blijken te hebben, dan er om verlegen zitten. Een AED zal nooit een schok toedienen als het niet nodig is. Een schok is niet nodig bij een volledig stilstaand hart (asystolie) of een gezond kloppend hart. Zou je een AED aansluiten bij een persoon die bij bewustzijn is, dan kan dat dus geen kwaad. Ademt een slachtoffer niet meer? Dan is een AED noodzakelijk. Is een slachtoffer bewusteloos? Dan is een AED in de buurt wenselijk.

Wie mag een AED gebruiken?

Iedereen. Alleen met een diploma? Nee, iedereen! Het toepassen van de AED is geen voorbehouden handeling. Het is belangrijk dat er bij hartfalen zo snel mogelijk hulp wordt verleend. Het is hierbij niet van het grootste belang hoe goed die hulp is, maar dát er hulp is. Wanneer binnen zes minuten een AED wordt gebruikt en wordt gereanimeerd heeft een slachtoffer de grootste kans om te overleven. Het gebruiken van de AED is niet voorbehouden aan EHBO’ers, medisch personeel of andere getrainde personen. Desondanks moet je reanimeren wel echt leren en kun je door te oefenen met de AED deze sneller correct toepassen.

Een AED kan niet op kinderen worden toegepast?

Elke AED kan ook op kinderen worden gebruikt. De lichaamssamenstelling (grootte, vetpercentage, botten en omvang van het hart) zijn echter wel anders. Een AED meet die samenstelling en bepaalt op basis daarvan de schok die noodzakelijk is. Die schok zal bij kinderen anders zijn. Er zijn speciale kinder-AED’s op de markt die zwakkere schokken afgeven. Echter is uit onderzoek is gebleken dat het beter is een volwassen AED op een kind te gebruiken, dan geheel geen AED te gebruiken. Voor omgevingen met veel kinderen zoals scholen en speeltuinen zijn de kinder AED’s aan te bevelen.

Als er een AED is hoef je geen hartmassage meer toe te dienen?

Nee, dit is misschien wel de grootste misvatting. Een AED is een hulpmiddel náást reanimatie. Reanimatie is de combinatie van alarmeren, hartmassage en mond-op-mond beademing. Door reanimatie transporteer je bloed en zuurstof door het lichaam. De AED helpt het hart weer het ritme te hervinden. Pompen en het ritme kunnen echter niet zonder elkaar. Hartmassage is altijd noodzakelijk.

Waarom zitten de elektroden van een AED op verschillende plekken?

De elektroden van een AED worden boven/links en onder/rechts op het lichaam geplakt. De ene net onder het sleutelbeen, de ander onder de oksel in de zijde. Zo ontstaat een denkbeeldige schuine lijn van de ene elektrode naar de andere. Dat is ook het pad dat de stroom zal afleggen. Door deze positie worden alle delen van het hart bereikt. Zou je beide elektroden boven op de borst plakken (wat je wel eens in films ziet) dan wordt alleen zeer oppervlakkig de bovenzijde van het hart geschokt.

Hoe gebruik je een AED met twee hulpverleners?

Twee hulpverleners zijn ideaal bij het gebruik van een AED. Net hebben we uitgelegd dat reanimatie bij een AED hoort. Reanimeren is zwaar werk en kun je het beste elke twee minuten met een andere persoon afwisselen.
Die tweede persoon heeft echter al eerder nut. Terwijl jij reanimatie start, kan hij of zij de AED halen. Of nóg eerder: hij of zij kan 112 bellen terwijl jij al start met hulpverlening..
Bij het plaatsen van de AED kun je er daarnaast met twee hulpverleners voor zorgen dat de reanimatie niet hoeft te worden onderbroken. Je kunt doorgaan met hartmassage en beademen terwijl de andere persoon de elektroden plaatst.

Waar kun je een AED vinden?

AED’s kun je op steeds meer openbare plekken vinden. NS-stations, gebouwen van de rijksoverheid, veel winkelcentra, elke politieauto, maar ook steeds meer bedrijven hebben een AED. Heb je een AED nodig? Dan mag je die gebruiken, waar die ook hangt of van wie die ook is. Een AED niet beschikbaar stellen terwijl dat wél nodig is kan strafbaar zijn.

Hoe weet je of je een AED nodig hebt?

Zoals eerder beschreven kun je niet zien of een hart klopt, stilstaat of onregelmatig beweegt. De AED kan dat wel. Als het hart niet werkt uit zich dat doordat de ademhaling stopt en de persoon het bewustzijn verliest. Geen ademhaling? Dan is een AED beslist nodig.

Hoe gebruik je een AED?

Er zijn veel verschillende merken en type AED’s op de markt. De werking is echter bij alle AED’s hetzelfde. De apparaten hebben vaak één of twee knoppen. Na de AED te hebben ingeschakeld (door de klep te openen of op de aan/uit knop te drukken) worden gesproken aanwijzingen omgeroepen. Volg deze aanwijzingen nauwgezet op en druk op de schoktoets zodra de AED hier om vraagt.

Een AED kun je niet toepassen als iemand een tatoeage, piercing of pacemaker heeft?

Ook dat wordt naar het rijk der fabelen verwezen. Een tatoeage heeft geen enkele invloed op de AED. Een piercing ook niet, al kunnen er brandwonden door ontstaan. Dat is echter op dat moment niet de grootste zorg. Een onderhuidse pacemaker heeft (kennelijk) niet gewerkt. Om de AED niet te belemmeren is het verstandig de elektroden net voorbij de pacemaker of piercing te plaatsen als dit mogelijk is.


Terug